Energielabel G voor een vrijstaande woning

Gebouwd in 1969 en dus vanuit een periode dat het Nederlandse aardgas nog maar net ontdekt was.  Eerder een tijd van een gevoel van energie overvloed dan dat we het idee hadden daar zuinig mee om te moeten gaan. De tijd van vóór de Club van Rome en de eerste oliecrisis. Dus geen eisen aan isolatie in de bouwvoorschriften en het stookhok nog buiten de thermische schil als onderdeel van de garage. Zoals we dat gewend waren uit de tijd dat de CV ketels met kolen of olie gestookt werden. Die ketel is inmiddels wel vervangen door een zuinige HR107 ketel, maar de slechts gedeeltelijk geïsoleerde aan- en afvoer lopen door de onverwarmde garage. 

Voorgevel

Inmiddels is het huis ook voorzien van dubbele beglazing, maar voor het overige is het bezien vanuit het oogpunt van energieprestatie nog ‘puur natuur’. Als ik alle gegevens in de software heb ingevoerd, is het dan ook geen grote verrassing dat de uitslag een label G oplevert. Al had ik daar gezien de zuinige ketel en de dubbele beglazing iets meer van verwacht. De plaatsing van de ketel buiten de thermische schil alsmede de warm water voorziening door middel van een elektrische boiler blijken de boosdoeners, maar daar kom ik later nog op terug. Er zijn plannen voor de aanschaf van zonnepanelen en ook voor het uitvoeren van vloer en spouwisolatie. Maar het idee om zelf rendabel stroom op te gaan wekken staat voorop. Dat maakt de operatie leuk en roept enthousiasme op. Het isoleren gebeurt vanuit rationele overwegingen want een comfort kwestie lijkt in dit geval niet echt mee te spelen. Ik noem dat enthousiasme rond zonnestroom het ‘moestuingevoel’ . Maar dat is onderdeel van een ander verhaal.

Een forse eerste stap richting label A?
Voor een woning als deze is een traject richting label A nog relatief eenvoudig te definiëren,  maar is (nog) niet vanuit puur economische overwegingen te motiveren. Wel is het goed om zo een traject voor jezelf uit te zetten zodat je op natuurlijke vervangingsmomenten de juiste beslissingen neemt. Beslissingen die een uitkomst ‘A’ uiteindelijk niet in de weg gaan staan. De ‘Piaf aanpak’, de geen spijt aanpak, noemt energiedeskundige Ivo Opstelten dit. Op zijn website geeft hij een aardige omschrijving hoe hij deze aanpak voor zijn eigen woning toepast.

Achtergevel

Terug naar dit project. Voor de spouw en vloer isolatie is al een uitgebreid offerte traject ingezet, inclusief een beoordeling van het kwaliteitsgevoel dat over de diverse aanbieders is opgedaan. Ook
is er een prijsopgave voor de zonnepanelen aanwezig. Het uitvoeren van dit pakket aan maatregelen betekent al een forse stap in de goede richting en zal de woning naar een label E-waarde brengen. De spouw- (tvt 2.6) en vloer isolatie (tvt 10.5) kennen daarbij het hoogste rendement met een prognose van een besparing op het gasverbruik van ruim 27%. De daarop gebaseerde terugverdientijd (tvt) van beide maatregelen tezamen, bedraagt iets meer dan 4.5 jaar. In de praktijk kan die besparing wat lager zijn omdat de bewoners volgens de berekeningen zuinige stokers blijken te zijn. Maar je blijft zonder meer een dief van eigen portemonnee als je dit soort maatregelen niet uitvoert. Eerder adviseerde ik al hier de blog van Vincent Dekker, de ‘groene Trouw blogger’, ook eens op na te lezen.Een volgende stap richting D label is met wat aanvullende isolatie maatregelen nog relatief eenvoudig te maken, maar als je verder wilt gaan wordt het ingrijpender.

Het meeste effect is dan te verwachten van het isoleren van het dak. Dat levert al snel een aanvullende besparing op van meer dan 20%. Gezien het feit dat het grootste deel van de binnenzijde van het dak hier uitgevoerd is als plafondbetimmering van de slaapkamers is dit echter een flinke operatie.

Richting A koersen we uiteindelijk pas als ook de verwarming en de warm water voorziening wordt aangepakt. De ketel zou dan binnen de thermische schil gebracht dienen te worden en de elektrische boiler dient vervangen te worden door  een warmwater voorziening op gas. Vooral dat laatste zou wel eens heel voordelig uit kunnen pakken. Uiteindelijk vertegenwoordigd energetisch iedere m³ gas bijna 10 kWh, terwijl het in prijs maar ruim 3x zo duur is. Zo gebruiken wij zelf thuis, ondanks de dagelijkse douchebeurt,  maar 250 m³ gas voor de warmwater voorziening. Terwijl je in deze situatie uit het elektriciteitsgebruik zou kunnen afleiden dat daar tussen de 2500 en 4000 kWh aan opgestookt wordt. Alle reden om daar eens in wat meer in detail naar te kijken omdat het overgaan op gas waarschijnlijk een aanzienlijke besparing zal opleveren.

Maar eerst vindt de opwaardering naar Label E plaats. Over het verloop daarvan en een eventueel vervolg, verhaal ik in een volgende blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *